J.C. Barchussen

Johann Conrad Barchusen werd op 16 maart 1666 geboren in Horn, een klein plaatsje bij Detmold in Duitsland. Als student zwierf hij via Berlijn en Mainz naar Wenen, waar hij scheikunde en farmacie studeerde. Nadat hij was afgestudeerd ging hij terug naar Horn om apotheker te worden. Maar dat mislukte en Barchusen vertrok naar Hongarije en Italië. Daar sloot hij zich aan bij de troepen van de staat Venetië. Tijdens de oorlog van Venetië tegen de Turken was hij de arts van de opperbevelhebber. Toen die stierf, kwam Barchusen in 1694 naar Utrecht om docent chemie te worden.

Op 17 september 1694 kreeg Barchusen van het bestuur van Utrecht toestemming om scheikundelessen te geven en een jaar later mocht hij op Sonnenborgh een laboratorium inrichten. De curatoren (toezichthouders) van de universiteit gaven Barchusen op 3 oktober 1698 een eredoctoraat en ze benoemden hem meteen tot lector. Een hele eer in die tijd. Vijf jaar later werd hij benoemd tot bijzonder hoogleraar. Zijn inaugurele rede had de titel ‘De antiquitate chemiae’, over de geschiedenis van de scheikunde.
Barchusen heeft verschillende boeken gepubliceerd over scheikunde. In 1698 verscheen zijn boek Pyrosophia. Daarin beschreef hij de instrumenten die hij gebruikte voor zijn experimenten. Het was een leerboek dat hij waarschijnlijk ook gebruikte bij zijn lessen. Jaren later kwam het boek nog een keer uit, met de titel Elementa Chemiae. Maar het was zeker niet het enige boek dat hij schreef.

Barchusen trouwde op zijn drieëndertigste met Maria Johanna Pijlsweert, een dochter van een rijke familie in Utrecht. Zij stierf in 1717 en liet hem kinderloos achter. Barchusen zelf stierf op 2 oktober 1723. Hij was toen 57 jaar.

Meer informatie

Scheikunde
J.C. Barchussen

 

Terug
© 2012 Sonnenborgh - museum & sterrenwacht