Op tekeningen ziet de zon er vaak uit als een gele bol. Maar als het zonlicht door een glas water of een dik stuk glas (een prisma) valt, zie je een rijtje kleuren, een soort regenboog. In die regenboog, ook wel het zonnespectrum genoemd, zie je alle kleuren licht die de zon uitstraalt. Omdat geel licht er het meest in voorkomt, lijkt de zon een beetje geel.
Lijnen in het spectrum
Met een spectroscoop of spectrograaf kun je het licht van de zon ook in alle kleuren van de regenboog splitsen. Dat gebeurt met een tralie, een spiegel met kleine onzichtbare groefjes. Net als de onderkant van een cd-schijfje laat die het licht in de kleuren van het spectrum uit elkaar vallen. Als je een nauwkeurige spectroscoop gebruikt, kun je zien dat niet alle kleuren van de regenboog in het spectrum voorkomen. Op sommige plekken in het spectrum zitten donkere lijnen.
De samenstelling van de zon
De donkere lijnen in het zonnespectrum ontstaan doordat sommige kleuren van het zonlicht door de gassen aan de buitenkant van de zon worden tegengehouden. Omdat we precies weten welk gas welke kleur licht tegenhoudt, kunnen we aan de donkere lijnen zien uit welke gassen de zon bestaat. Zo zijn sterrenkundigen erachter gekomen dat er heel veel waterstof op de zon voorkomt, maar ook zuurstof, ijzer en nog veel meer. Alle stoffen komen voor als gas, want vloeistoffen en vaste stoffen verdampen door de hitte op de zon. Inmiddels weten we van de meeste donkere lijnen in het spectrum van de zon welk gas er bij hoort, maar nog niet van allemaal.




























































