Vraag van de maand

G. de Wit vroeg:

"Maakte de Big Bang echt geluid? "


De naam Big Bang is in 1950 bedacht door de Engelse astronoom Fred Hoyle, die daarmee de theorie, waar hij niets van moest hebben, belachelijk wilde maken. De Big Bang theorie is gebaseerd op de waarneming dat het heelal uitdijt. Als we ‘de film’ van dat uitdijende heelal terugdraaien dan komt alles bij elkaar in één punt. Door een soort explosie is uit dat ene punt ooit het heelal ontstaan. 

De Big Bang zelf maakte geen geluid. Kort na de Big Bang ontstonden er golven die zich door de superhete oermaterie verplaatsten. Die golven drukten op sommige plaatsen materie samen terwijl op andere plaatsen materie verdund werd, zoals geluidsgolven de lucht verdichten en verdunnen. De ‘toonhoogte’ van deze golven was zo laag dat wij het niet zouden kunnen horen. Een Amerikaanse astronoom heeft berekend wat je zou horen als de toonhoogte van deze ‘geluidsgolven’ 50 octaven wordt verhoogd.

De verdichtingen en verdunningen als gevolg van het ‘geluid’ van de Big Bang zijn nu nog te zien in de achtergrondstraling. Dat is een soort gloed die overgebleven is van de Big Bang en die overal in het heelal aanwezig is. Die gloed met zijn onregelmatigheden kunnen we met satellieten waarnemen.

In het Nederlands gebruiken we in plaats van Big Bang de naam Oerknal. Die is ooit bedacht door prof. Minnaert, hij was tot 1962 directeur van de Utrechtse sterrenwacht.

 

 

Luister hier naar het 'geluid' van het heelal in de eerste miljoen jaar na de Big Bang. Professor Mark Whittle, University of Virginia.
Kaart van de achtergrondstraling in het heelal met dichtere (rode) en minder dichte (blauwe) gebieden. WMAP Science Team.

Vraag van de maand archief

« [1] 2 »
© 2012 Sonnenborgh - museum & sterrenwacht